Ik volgde de Doubs tussen Dole en Besançon. Dit traject maakt deel uit van de EuroVelo 6, een ruim 3.600 kilometer lange fietsroute van de Zwarte Zee naar de Atlantische Oceaan. De route is niet toevallig langs rivieren uitgezet. Ze volgt oude handels- en jaagpaden, waardoor je fietst langs waterwegen die eeuwenlang de economische levensaders van Europa waren. Daardoor voert …
Het bericht Montagnes du Jura: fietsen langs de Doubs verscheen eerst op Reishonger.
Ik ging op reis naar ‘Montagnes de Jura’, waar ik in eerste instantie bergtoppen en haarspeldbochten miste. Maar al snel ontdekte ik dat de Jura veel meer is dan een gebergte. De leidraad voor mijn kennismaking was de rivier de Doubs die ontspringt in het Juragebergte. Nadat de rivier zich door diepe kalksteenkloven een weg heeft gebaand, bereikt ze de lager gelegen delen van de streek waar ze uitgroeit tot een gekanaliseerde handelsroute.
Ik volgde de Doubs tussen Dole en Besançon. Dit traject maakt deel uit van de EuroVelo 6, een ruim 3.600 kilometer lange fietsroute van de Zwarte Zee naar de Atlantische Oceaan. De route is niet toevallig langs rivieren uitgezet. Ze volgt oude handels- en jaagpaden, waardoor je fietst langs waterwegen die eeuwenlang de economische levensaders van Europa waren. Daardoor voert de route niet alleen door aantrekkelijke landschappen, maar ook langs sluizen, oude havens, vestingsteden en andere sporen van het verleden.
Dole, een oversteek wordt een stadNa een soepele treinreis met de Eurostar en de TGV, begin ik de eerste middag in Dole met een stadswandeling. Vanaf de oever van de Doubs lopen we naar de oude stad. We zijn nog maar net onderweg of gids Aline wijst naar een stenen brug: ‘daar begon Dole’. Eeuwenlang vormde de brug een belangrijke oversteekplaats over de Doubs. Handelaren betaalden er tol en geleidelijk groeide rond de brug een nederzetting uit tot de hoofdstad van het toenmalige graafschap Franche-Comté, dat pas in de zeventiende eeuw onderdeel werd van Frankrijk.

Brug over de Doubs
Dole was niet alleen een bestuurscentrum, maar ook een religieus en intellectueel centrum. Aline wijst op een aantal grote, voornaam ogende gebouwen. Het zijn voormalige kloosters van religieuze ordes en colleges die herinneren aan de universiteit die in de vijftiende eeuw werd gesticht. Na de annexatie door Frankrijk in 1674 verhuisden het parlement en het bestuur naar Besançon. Maar tussen de sfeervolle smalle straten en de pleinen van Dole blijft de oude voornaamheid zichtbaar. Net als in de Collégiale Notre-Dame, een voor een stad van deze omvang verrassend grote kapittelkerk met een toren die een fraai uitzicht over het oude centrum biedt.

Collégiale Notre-Dame

Uitzicht over Dole
We lopen langs een kanaal waaraan vroeger leerlooierijen waren gevestigd omdat water onmisbaar was voor het looiproces. In een van de huizen werd in 1822 Louis Pasteur geboren. Als zoon van een leerlooier leek zijn toekomst aanvankelijk niet uitzonderlijk te worden. Hij tekende en schilderde graag en maakte als jonge man verdienstelijke portretten. Pas later koos hij voor de wetenschap. Zijn onderzoek naar micro-organismen en de ontwikkeling van vaccins zouden hem wereldberoemd maken. In zijn geboortehuis herinneren niet alleen laboratoriuminstrumenten aan zijn werk, maar ook de schilderijen die hij als jonge man maakte. Ze tonen een verrassend talent dat gemakkelijk overschaduwd wordt door zijn wetenschappelijke nalatenschap

De oude stad

Kanaal van de leerlooiers

Werk van Pasteur
We houden halt bij een grote trompe-l’œil-gevel waarop bekende Dolois uit de geschiedenis zijn afgebeeld, waaronder natuurlijk Louis Pasteur. Tussen hen lijkt schrijver Marcel Aymé als de hoofdpersoon uit zijn beroemde verhaal ‘Le Passe-Muraille’ letterlijk uit de muur te stappen. Het is een eerbetoon aan een van Doles bekendste schrijvers.

De optische illusie van trompe-l’œil

Marcel Aymé
De wandeling die we volgen is uitgezet als het ‘Parcours du Chat Perché’, genoemd naar Aymés beroemde verhalenbundel ‘Les Contes du Chat Perché’ (de verhalen van de kat op het dak). Deze wandeling is gemarkeerd met koperen driehoekjes waarop een kat staat afgebeeld en voert langs de belangrijkste monumenten, maar ook door straatjes, over bruggen en langs plekken waar je anders gemakkelijk aan voorbij zou lopen.
Om Dole ook culinair te ontdekken is er de ‘Dole à Croquer-pas’. Daarmee haal je bij verschillende delicatessenzaken kleine proeverijen, variërend van wijn tot patisserie, paté, speciaalbier en kaas. De adressen liggen grotendeels op of vlak naast het parcours, waardoor beide moeiteloos te combineren zijn. Een leuke manier om de stad niet alleen te bekijken, maar ook te proeven.
Langs de Doubs van Dole naar BesançonOp een elektrische fiets zet ik koers naar Besançon. Ik volg de Doubs en het Rhône-Rijnkanaal, die voortdurend met elkaar in dialoog lijken. Soms is er alleen de rivier, dan volgt een sluis en verplaatst de vaarweg zich naar het kanaal om even later weer in de Doubs uit te komen. Korte stroomversnellingen en kleine watervallen worden overbrugd door automatische sluizen. Het is ook een interactie tussen de natuur en mensenhanden. Af en toe passeert er een platbodem op weg naar de volgende sluis. Zelf fiets ik grotendeels over het voormalige jaagpad dat de bevaarde route volgt.

Langs de Doubs

.

Passerende platbodem
De Doubs was eeuwenlang de levensader van de streek. Dat is nog altijd zichtbaar. De bebouwing strekt zich nog kilometers voorbij het centrum van Dole uit. Boerderijen, woonhuizen en kleine bedrijven liggen als een lint langs het water. Aan de overzijde overheerst het groen, vaak met uitgestrekte weilanden. Ook de geluiden van de natuur zijn tweestemmig. Rechts het klotsen van het water, kwakende kikkers en eenden; links het gezang van vogels boven de weilanden.
Arc-et-SenansNa zo’n vijfentwintig kilometer fietsen verwijst een bord naar de Koninklijke Zoutziederij van Arc-et-Senans, die op zo’n vijftien kilometer van de Doubs ligt. Op het eerste gezicht lijkt deze Unesco werelderfgoedlocatie op een elegant landgoed met een neoklassieke poort bedoeld om te imponeren. Maar in werkelijkheid was dit een fabriek, gebouwd voor een van de kostbaarste grondstoffen van die tijd: zout. Tegenwoordig strooi je het gedachteloos over je eten maar eeuwenlang was zout onmisbaar om vlees en vis te conserveren. Door de zware belastingen die de Franse koning hief was het bovendien van levensbelang voor de schatkist.

De poort van de zoutziederij
De pekel kwam niet uit Arc-et-Senans zelf, maar werd via een ruim twintig kilometer lange houten leiding aangevoerd vanuit de zoutbronnen van Salins-les-Bains. Het winnen van zout was een traag proces. De pekel stond soms wel 72 uur boven het vuur voordat voldoende water was verdampt en de eerste kristallen verschenen. En hier was voldoende hout beschikbaar om de enorme pannen dag en nacht te verhitten. In een grote cirkel staan de gebouwen waar de verschillende onderdelen van het productieproces waren ondergebracht maar het middelpunt wordt gevormd door de paleisachtige directeurswoning. Van hieruit werden niet alleen de werkzaamheden aangestuurd maar hield de directie ook toezicht op het personeel. Bestuur, controle en religie kwamen er samen. Op zondag verzamelde het voltallige personeel zich in de kapel op de eerste verdieping voor de mis.

Productiegebouwen

De directeurswoning
Tegenwoordig is er een uitgebreide tentoonstelling ingericht over de zoutziederij en de betekenis van zout in die tijd.
De grotten van OselleNa de Koninklijke Zoutziederij fiets ik terug naar de Doubs. Eenmaal bij de rivier gaat de route nog een klein stukje stroomafwaarts, richting de Grotten van Osselle. Deze grotten horen tot de oudste toeristische grotten van Europa. Hier hebben miljoenen jaren van stromend en druppelend water een ondergronds landschap gevormd van zalen, galerijen, stalactieten en stalagmieten. De meest indrukwekkende formaties worden in een meegeleverde hand-out uitgelegd. Ook door de constante temperatuur van 13 graden is het bezoek een aangenaam intermezzo van de fietstocht langs de Doubs.

Fraaie formaties
Na de Grotten van Osselle volg ik de Doubs opnieuw stroomopwaarts. Na een aantal kilometers verlaat de EuroVelo 6 de rivier. Het fietspad snijdt een aantal grote meanders af en voert door een bosrijk gebied, waarna het landschap zich opent. Akkers nemen het over en de rivier verdwijnt even uit beeld. Niet veel later sluit de route weer aan op de Doubs.
Besançon komt op de wegwijzers steeds dichterbij, maar de stad houdt zich nog lang verborgen achter bomenrijen en lage heuvels.

Weg van de Doubs
Na zo’n zeventig kilometer in het zadel vind ik het wel mooi geweest. Het traject is vrijwel vlak en met een beetje ondersteuning uit de accu aangenaam licht, maar het is wel tijd voor een afronding, bedenk ik me. En dan wordt het uitzicht ineens gedomineerd door de citadel van Besançon. De imposante vesting, gebouwd door de Franse vestingbouwer Vauban, beheerst de heuvel boven de stad. Tijd voor een drankje.

Kastelen langs de rivier

Uitzicht op de citadel
De Doubs heeft Dole en Besançon allebei gevormd, maar om heel verschillende redenen. Bij Dole maakte de rivier handel mogelijk. In Besançon zorgde dezelfde rivier voor veiligheid. De bijna gesloten lus die de Doubs hier om de stad trekt, maakte van de plek een natuurlijke vesting, wat de Romeinen al onderkenden. Julius Caesar veroverde de Keltische nederzetting Vesontio en maakte haar tot een belangrijke militaire en bestuurlijke basis op de handelsroute tussen Bourgondië en Italië.
Terwijl Dole het bestuurlijke hart van het graafschap Franche-Comté was, groeide Besançon uit tot een welvarende handelsstad én de zetel van een machtige aartsbisschop. Dat verschil zie je nog altijd terug in de gebouwen. In Dole herinneren vooral de universiteit, kloosters en het Hôtel-Dieu aan het rijke verleden. In Besançon zijn het juist de stadspaleizen van rijke burgers, magistraten en geestelijken die de aandacht trekken.
De oude binnenstad laat zich wandelend ontdekken. “In Besançon moet je vooral áchter de gevels kijken”, zegt gids Pascal. Waar het mogelijk is lopen we door de geopende koetspoorten naar binnen. Achter de vaak niet opvallende straatgevels gaan ruime binnenplaatsen schuil met daarachter vaak nog een tuin. De stadspaleizen strekken zich soms uit over de volledige diepte van een bouwblok. Vrijwel ieder patriciërshuis bezit een monumentale trap. Een trap bedoeld om indruk te maken. Bezoekers reden met hun koets de binnenplaats op en werden vervolgens via een imposante trap naar de ontvangstvertrekken geleid. De trap was een visitekaartje, een bevestiging van rijkdom en status. Ook familiewapens boven deuren en in smeedijzeren balkons herinneren eraan dat hier de bestuurlijke en kerkelijke elite woonde.

Grote binnenplaatsen

Imposante trappen

.
Toch voelt Besançon nergens als een openluchtmuseum. Het is druk op straat, terrassen lopen vol en achter de zware houten poorten wonen nog altijd mensen. De smalle straatjes worden afgewisseld met statige pleinen, terwijl de karakteristieke lichtgrijze kalksteen de stad een bijna zuidelijke uitstraling geeft.
Tijdens de wandeling valt nog iets op. Waar Dole de route van het toeristenbureau markeert met een kat, gebruikt Besançon klokken in de koperen driehoekjes. Dat is geen toeval. De stad groeide in de negentiende eeuw uit tot het centrum van de Franse uurwerkmakerij, mede dankzij de nabijheid van Zwitserland. In het Palais Granvelle vertelt het Musée du Temps het verhaal van de uurwerkmakerij en de ontwikkeling van de tijdmeting.
De wandeling voert verder door de oude binnenstad. Een levendig plein met terrassen en even verder het renaissancistische stadhuis in de voor Besançon kenmerkende tweekleurige kalksteen. Het werd gebouwd in een tijd waarin Besançon nog een vrije rijksstad binnen het heilige Romeinse Rijk was, met een eigen bestuur en een grote mate van zelfstandigheid.

Straatbeeld

Stadhuis
Aan de rand van de stad en wandelen we onder de Romeinse Porte Noire door. Deze triomfboog markeerde bijna tweeduizend jaar geleden de toegang tot Vesontio. Nu leidt hij naar de kathedraal Saint-Jean, al sinds de middeleeuwen het religieuze hart van de stad. Vandaar voert het pad omhoog naar de citadel die Vauban in de zeventiende eeuw uitbouwde tot een van de belangrijkste verdedigingswerken van Frankrijk. Nergens wordt duidelijker hoe iedere tijd zijn eigen laag aan Besançon heeft toegevoegd. In een paar honderd meter wandel je van de Romeinse tijd via de middeleeuwen naar de vestingwerken van Vauban.

Romeinse boog en kathedraal

kathedraal Saint-Jean

De citadel
De Eurostar brengt je comfortabel vanuit Nederland naar Parijs. Vandaar is er het goedwerkende Franse spoor. Heb je iets te vieren? Kijk dan eens naar Eurostar premium. Dan is er ook een culinair ontbijt om vast aan de Franse sfeer te wennen.
Meer over Montagnes de Jura. Hier vind je ook informatie over de Arc et Senans, de grotten van Oselle en Besançon. En over de gourmet stop Dole. De toeristenbureaus hebben goede informatie en routes voor stadswandelingen in het Nederlands.
Zoals gebruikelijk in Frankrijk kun je zowel in Doubs als in Besançon uitstekend eten voor niet al te veel geld, bijvoorbeeld bij L’Art’doise in Dole en Brasserie 1802 of Loiseau du Temps in Besancon, waar je voor bijbvoorbeeld een lunch ook een Bouillon vindt.
nformatie over de fietsroute. Over de Eurovelo6 als geheel vind je hier meer: en.eurovelo.com/ev6. Langs de fietsroutes zijn hotels ingericht op fietsers. Ik verbleef in Hotel de la Cloche in Dole en Best Western Citadelle in Besançon, beiden met goede fietsfaciliteiten.
Je vindt ook laadstations langs de weg en de routes zijn goed bewegwijzerd.
Ik hou van reizen en fotograferen. Liefst lang en naar verre oorden, al ‘doe’ ik natuurlijk ook stedentrips. De mogelijkheid om mijn herinneringen te kunnen ondersteunen en delen zorgde ervoor dat fotografie een heel belangrijk element is geworden tijdens het reizen. Ik heb gemerkt dat ik er ook anders van ga kijken. En uit kijken en beleven volgen verhalen.